Chambers                      Hoe speel je het spel?

Voorbereiding:
Kopieer de kaartjes waarmee het spel gespeeld gaat worden dubbelzijdig. Liefst op wat steviger, gekleurd papier. Snijd de kaartjes los.

 Spelen:
Het groepje (4 – 6) kinderen dat het spel gaat spelen vormt een kring. In het midden ligt de stapel kaartjes met de vragen naar onder. Om de beurt wordt een kaartje gepakt, de vraag gelezen, en beantwoord door het kind dat het kaartje pakt. Vervolgens reageren de andere kinderen hierop. Daarna wordt het kaartje onderop de stapel geschoven en pakt het volgende kind in de kring een kaartje.

Het spel kan gespeeld worden door kinderen die allemaal hetzelfde boek gelezen hebben. Noodzakelijk is dit niet, ook in een kring met kinderen die verschillende boeken gelezen hebben, leveren de vragen genoeg stof tot praten op.

Aidan Chambers stelt dat praten over boeken met behulp van de vragen in het spel het best tot zijn recht komt, wanneer dit onder leiding van de leraar gebeurt. De rol van de leraar bestaat dan vooral uit doorvragen, de inbreng van kinderen op elkaar betrekken en het maken van samenvattingen.

Het zal om organisatorische redenen voor de leraar niet altijd mogelijk zijn om ieder groepje dat het spel speelt te begeleiden. De “second best” oplossing is dan dat kinderen het spel zelfstandig spelen. Dit dient dan wel voorafgegaan te worden door een goede introductie, waarbij het spel eerst enkele malen onder leiding van de leraar wordt gespeeld. Dat kan eventueel met de hele groep worden gedaan. Zo raken de kinderen vertrouwd met het type vragen en hebben ze geoefend in het geven van antwoorden en het op elkaar reageren. Wanneer kinderen het spel zelfstandig spelen wordt daar na afloop verslag van uitgebracht. Eén van de kinderen in het groepje krijgt dit mee als taak.

De kaartjes kennen een oplopende moeilijkheidsgraad: A-vragen, B-vragen en C-vragen
De D-vragen zijn voor gedichten.